An Aibítir ( het alfabet)
Het Iers kent oorspronkelijk maar 18 letters. Doordat er veel woorden uit het Engels worden overgenomen, zijn ook de andere letters nu te vinden in het woordenboek. Dit zijn de oorspronkelijke letters:

A, B, C, D, E, F, G, H, I, L, M, N, O, P, R, S, T,U 

De medeklinkers
Ph=f
Th=h
Ch=gh
Bh=v
Mh=v
Gh=h
Dh=h aan het begin van een woord



Het Iers kent 5 klinkers: a, e, i, o en u. Elke klinker kan lang of kort zijn. Als de klinkers lang zijn dan staat er vaak een accent op. In het Iers heet dat een sineadh fada [sjinnoe faddaa] of afgekort fada (betekent lang)

Youtube video uitspraak

Korte klank                            Lange klank
sin – dat                                 sín – uitrekken/ lengte
Min – graan                            mín – glad
Bris – pauze                           bríste – broek
Ciste – kist                            císte – cake
Fir – mannen                          fís – visie

Korte klank: Mac – zoon,  Bac - barriere,  Cat – kat, Cam- gebogen, Dara – tweede 
Lange klank: Tá- is, zijn,  bán – wit, trá – strand, cás- zaak, casus, dáta – datum

Korte klank:Te – heet, Seic – cheque, Feis – cultureel festival,Leis – met hem, het
Lange klank:Cé- wie?, sé– hij, het,gé – gans, léi – met haar

Korte klank [u]:Rud- ding, Ultach – iemand uit Ulster, Tur – droog, niet interessant, Bun – basis, Muga – mok
Lange klank [oe]: dúr – ongevoelig, dom, úll – appel, túr – toren, gúna – jurk, lúb – link, loop

Korte klank:Bog – zacht,  Togra – project, Clog – bel, klok, Lom- open, onbedekt, Post – baan
Lange klank: cóta – jas,fógra – mededeling, clós – binnenplein, lód – lading, pósta – getrouwd

wanneer er meerdere lettergrepen in het woord zitten, dan valt de nadruk vaak op de eerste lettergreep.

Gasúr – jongen                  Cailín – meisje                      Camán – hurley stick

Mála – tas, zak/ Gile - helderheid/ Bata -stok/ Doras - deur/ Dúnta - gesloten/ Cinnte –zeker (met een stomme tweede klank)

Klinkercombinaties

Ei = ceist  (vraag) – [kesjt]
Ea= bean  (vrouw)– [bhan]
Ai= baile  (stadje) -  [balje]
Ao = saor (goedkoop) – [seer]
Ui= uisce (water) – [ishke]
Uai= fuair (kreeg) – [foe-ar]
Aoi= saoire (vakantie -[seeru]= muid  (wij) – [mwhidh]

Io= mion  (heel klein)– [miun]           -igh= ie
Eo= eolas (informatie) – [oolas]        -adh= u
Oi= scoil  (school) – [skoll]
       oifig (kantoor) –[iffik]                 -idh= ie

De lange klank kan ook door een lettercombinatie van aoi of ao worden weergegeven:

Naoi – negen/ Faoi – onder/ Taoiseach – eerste minister van het Ierse parlement/ Saol – leven/ Caol – dun, smal

De lange klank e kan ook worden weergegeven door de lettercombinatie van ae:

Tae –thee/ Gael – Ier/ Aer – lucht


In principe zijn er drie dialecten van het Iers. Het dialect van Connacht, het dialect van Munster en het dialect van Ulster. De mensen uit Donegal spreken het Ulster Iers. Dit dialect verschilt in woorden en betekenissen, grammatica en uitspraak. Het Ulster Iers lijkt nogal wat op het Schots. Enkele basisregels van het Ulster Iers:

·         de klemtoon ligt gewoonlijk op de eerste lettergreep. 

·         'cn'(cnoc), 'gn'(gné) and 'mn'(mná) worden uitgesproken als  'cr'(croc), 'gr'(gré) en  'mr'(mrá)

·         '-adh'(cogadh) en '-amh'(déanamh) klinken als '-ú' (cogú,déanú)

·         In plaats van de zogenaamde úrú (ar an bhfear), gebruikt men een séimhiú (ar an fhear)

Ook binnen het Iers zijn de uitspraken weer heel anders. Dat kan zelfs binnen een straal van twintig kilometer zijn. Als je zelf Iers wilt leren dan kun je het beste ergens een cursus volgen. Hieronder volgen wat algemene richtlijnen

Veranderingen in de klanken
Het is heel belangrijk dat, wanneer je een tekst leest, dit zo vloeiend mogelijk doet en dat je laat merken dat je begrijpt wat je leest. De drie stappen in het lezen zijn 1) correcte uitspraak van de losse woorden; 2) de correcte nadruk op het woord; 3) de juiste intonatie.
Onthoud dat het Iers een taal is van zinnen; daarmee wordt bedoeld dat niet ieder woord individueel wordt uitgesproken. Je zegt niet:  ar/ an / fhear/ sin, maar  araneársin [' om de nadruk aan te geven). Alleen door veel te oefenen zal je dit lukken, dus probeer veel hardop te lezen.  (as rogha agus thogha – Anraí Mac Giolla Chomhaill)

De woorden hebben dus invloed op elkaar wat betreft de uitspraak, zodat er vloeiend gesproken kan worden.Ook zijn er hierdoor een aantal stille klanken ontstaan, die vaak niet meer geschreven worden. Ze komen alleen nog voor als t- h- en n-, of úrú. Vaak geven ze een grammaticale relatie aan tussen woorden. Als je aan het lezen bent zul je rekening moeten houden met deze verandering in klanken. Vooral klanken als ng, ch gh en dh leveren nog wel eens problemen op. Het loont dan ook de moeite om heel veel boeken te lezen met een cd, ingesproken door een 'native speaker'

Leniëring
Leniëring zorgt ervoor dat de stopklanken verdwijnen waardoor de luchtstroom (en daarmee het spreken) vloeiend blijft. In het vroege Iers bepaalde de positie van een medeklinker tussen twee klinkers de lenitie. Daarbij bleef het niet beperkt tot 1 woord, maar ook tussen twee woorden. Als een woord eindigde in een klinker en het volgende begon met een medeklinker + klinker (en dat was vaak zo), dan werd de medeklinker gelenieërd. Tegenwoordig zijn deze klinkers op het einde verdwenen en heeft de lenitie een grammaticale betekenis gekregen. Zo krijgt bijvoorbeeld een vrouwelijk zelfstandig naamwoord nu lenitie na het lidwoord an , maar de oorsprong ligt in het vrouwelijk lidwoord (*sinda)dat eindigde op -a, waarop lenitie volgens de regels zou volgen.
Het mannelijk lidwoord (*sindos)eindigde in de genitief *sindi op -i en kreeg daarmee ook lenitie in de genitief. Het mannelijke bezittelijk voornaamwoord a is eigenlijk een oude genitief enkelvoud van het persoonlijk voornaamwoord. Ook hierna volgt lenitie.
Ook vrouwelijke zelfstandig naamwoorden eindigden vaak in -a. Om deze reden zijn nu alle bijvoeglijke naamwoorden bij deze woorden gelenieerd, ook als ze niet in a eindigen.

Eclips en de n-
De eclips en de n- kwamen en komen voor bij woorden die eindigden in nasale klanken (m/n/ng). Denk hier bij aan de cijfers seacht, naoi and deich ( zij komen uit het latijn: septem, novem, decem)Zij moeten in het verleden geëindigd zijn op een nasale klank. In het Iers is deze -m verdwenen, maar de eclips is er nog steeds. Het cijfer 8 eindigde nooit in een nasale klank, maar krijgt tegenwoordig wel een eclips.

Het voorzetsel „i“ klonk vroeger als in en eindigend op een -n zorgt nog steeds voor eclips (maar niet in Ulster Iers). Go zorgt voor een eclips vanwege het latijn cum. De eclips komt voort uit een behoefte om vloeiend te spreken. Nasale klanken waarop een 'unvoiced' medeklinker volgt is moeilijk vloeiend uit te spreken na een m of n (e.g. p into b, t into d), want –mb- en –nd- zijn makkelijker uit te spreken dan –mp en–nt-. Na verloop van tijd verdwenen de nasale klanken aan het eind, maar de verandering van de beginklank is gebleven en werd grammaticale standaard

In het oud-Iers onderscheidde men de slender medeklinkers van de brede medeklinkers door een i achter u o a en soms achter e te schrijven. Zo wordt cat “kat” met een brede t, cait “katten” heeft een slender t; maar de a is hetzelfde in beide gevallen. Echter op deze manier is er geen onderscheid te maken tussen een brede of slender klank na i (of í). Daarop vond men de oplossing om achter i of í de letter o te schrijven ( mion “klein” met een brede n en min “maaltijdmet een slender n. Zo besloot men ook (hoewel niet noodzakelijk) een a te schrijven achter een e é om de brede medeklinker beter te laten uitkomen:e.g. fér “gras” werd féar.